Recensie: Ontroerende countertenor in schitterende Matthäus Passion Deventer

(Bron: website De Stentor - Deventer Dagblad - 02-04-2015)

Ontroerende countertenor in schitterende Matthäus Passion Deventer

door René de Cocq

DEVENTER - Een jaar of 15 geleden werd het fenomeen countertenor in Nederland nog met enige argwaan bekeken: een beetje raar, zo’n man met een hoge stem. Inmiddels is dat wantrouwen bijna verdwenen, mede door het pionierswerk van een zanger als Sytse Buwalda. En we zijn in Nederland nu trots op onze eigen countertenor van wereldniveau. Deze week schittert hij in Deventer, als altsolist in driemaal Matthäus Passion: Maarten Engeltjes. 

In Können Tränen, in Buss und Reu, in Ach, nun ist mein Jesus hin, en natuurlijk in Erbarme dich: Engeltjes ontroert, maakt indruk met zijn fluwelen timbre, prachtige techniek en doorleefde dictie. Overigens niets ten nadele van zijn collega’s in de Bergkerk, waar geen zwakke punten aanwijsbaar zijn.

Een weer grootse Christus van Marc Pantus, een weer meeslepende Evangelist van Nico van der Meel, de doorleefde en heldere sopraan van Nele Gramsz (Blute nur, Aus Liebe), de expressieve bas van David Greco (haast acterend in de verloochening), de ingetogen tenor van Robert Getchell (Mein Jesus schweigt).

Een open doekje wordt ook verdiend door de twee al jaren samenwerkende koren uit Deventer en Oldenzaal, nu ‘gemengd’ optredend in Koor I en Koor II. Levendig, warm, scherp, effectief in de wisselingen in dynamiek zoals dirigent Klaas Stok ze wil horen.

Hoogtepunten: Koor I in het openingskoor, Koor II in de sublieme partijen in de tenoraria Ich will bei meinem Jesu wachen en de altaria Ach, nun ist mein Jesus hin. Het stereo-effect van de kruisvormige opstelling in de Bergkerk is altijd weer imposant, in het openingskoor en in volkskoren als Weissage en Der du den Tempel. De bijdrage van de sopraantjes van het Stadsjongenskoor Oldenzaal in het eerste deel was bescheiden, maar voegde wel net dat bijzondere laagje toe, met het koraal O Lamm Gottes unschuldig. Concerto d’Amsterdam, opgedeeld in twee barokorkesten: feilloos. Schitterende (solo)violen, sublieme houtblazers, betrouwbare continuospelers (vader Vincent van Laar op orgel in Orkest I, zoon David van Laar op orgel in Orkest II).